Eric Leltz  RSS feed    

Het was koers

Vrijdag 14 februari 2025

Eric Leltz

Mijn eerste racefiets was een Gitane met op het frame foto’s, in pasfoto formaat, van Arie den Hartog, Jacques Anquetil, Jean Stablinski en één renner die ik vergeten ben. Met die fiets reed ik ook wedstrijden. Op mijn Gitane zat geen versnelling maar bij de jongens met een fiets waar wél een versnelling op zat, werd deze vastgezet zodat er wat betreft het materiaal tijdens de wedstrijd een gelijk speelveld was. Ik was lid van Wielervereniging Wilhelmina in Eindhoven en had een KNWU-licentie voor de jeugd in de seizoenen 1967, 1968 en 1969. De wedstrijden werden verreden in de dorpen rondom Eindhoven, maar in het vroege voorjaar werden oefenwedstrijden georganiseerd op Piroc bij legerbasis Welschap, waar we reden op de brede macadam landingsbanen.

Met de ogen van nu was fietsen voor mij een eenzaam bestaan: inschrijven voor wedstrijden regelde ik zelf door een voorbedrukte briefkaart van de wielerbond naar de organisatie te sturen, naar de wedstrijden fietste ik op de vroege zondagochtend zelf met een rugzakje om, bij de plaatselijke ronde zocht ik het café om me te registreren en mijn rugnummer op te halen, dan moest ik weer iemand vragen om dat rugnummer op te spelden én moest er ook nog een plek gezocht worden waar ik mijn rugzakje zolang kon achterlaten. Een keer was ik mijn worstenhelm vergeten mee te nemen en riep de omroeper van dienst over het parcours of iemand een helm wilde uitlenen. En na de koers weer naar huis. Ik weet nog dat ik een grote bos bloemen had gewonnen. Maar wat moet je daarmee op de fiets terug naar huis? Dus gaf ik de bloemen aan een dame in het publiek. Mijn ouders bleven onwetend van de prijs die hun zoon die zondag had gewonnen. En trainen? Dat deed je op jezelf, niemand die je aanwijzingen gaf. 

Tom Simpson was mijn voorbeeld. Niet toevallig een renner die als ‘einzelgänger’ zijn Britse zekerheden opgaf voor de onzekerheid van het Europese vasteland, eerst in het Franse Saint-Brieux en later in het Belgische Gent. En dit alles om zijn droom, beroepsrenner worden, na te jagen. Helaas voor Tom kwam er op 13 juli 1967 op de Mont Ventoux een dramatisch einde aan zijn droom.

Mijn dromen (én mogelijkheden) lagen op andere gebieden en daarom ben ik gestopt met wedstrijden fietsen en ging ik vol voor de studie. Wel kocht ik een Peugeot fiets om recreatief te fietsen want Tom reed namelijk voor de Peugeot ploeg, op een Peugeot fiets in van die fraaie zwart-wit geblokte popart truitjes. En op die fiets, fiets ik nu nog steeds. 

Nu, terugkijkend na meer dan een halve eeuw, waren mijn drie seizoenen in koers mooie én vormende jaren. 

 

Nooit meer op het podium

Zondag 24 juli 2016

Eric Leltz

In de 3 meest recente grote wielerrondes: Spanje, Italië en Frankrijk denderde telkens een Nederlandse wielrenner in een van de laatste dagen uit de top3 en dus van het eindpodium. Dat kan geen toeval zijn. De conclusie zou kunnen zijn: 'Nederlanders kunnen wel goed fietsen, maar niet 3 weken lang'. Na een goede twee weken sluipen schoonheidsfouten binnen.

En hoe dit komt? Is het een mentale zaak en kunnen Nederlandse wielrenners de oplopende druk niet aan? Is het een conditionele kwestie? En zo ja, komt dit dan door een ploeg die niet optimaal is voorbereid? Dat laatste is niet geheel onwaarschijnlijk als je de militaire precisie ziet waarin binnen de ploeg van Tourwinnaar Froome alles in het teken van de overwinning van de kopman staat. Met bijpassend budget voor het aantrekken van helpers die voor een groot deel zelf de capaciteit hebben om in iets kleinere wielerrondes te excelleren. Dan draait een sportief evenement dus toch weer uit op geld.

Zolang Nederlandse wielrenners niet in de positie zijn om in een ploeg te rijden die helemaal om hen heen is gebouwd, is de kans zeer klein om ooit het eindpodium van een grote ronde te halen. Helper in een topploeg of kopman in een subploeg is dan het hoogst haalbare. Laten we daar maar vast aan wennen.

 

Archief



Rubrieken